Ergens tussen het laatste nachtgeritsel en de eerste tram vindt de stad haar adem terug. De lucht is koel en…
Lees meer

Ergens tussen het laatste nachtgeritsel en de eerste tram vindt de stad haar adem terug. De lucht is koel en…
Lees meer
De ochtend opent zich als een ingehouden adem. Het pad is nog donker van de nacht, de lucht ruikt naar…
Lees meer
De wereld houdt even de adem in wanneer de eerste lichtslierten over het land glijden. Ik trap zachtjes, alsof ik…
Lees meer
Ik zet het raam op een kier en de stad ademt als een dier dat net wakker wordt: voorzichtig, lang,…
Lees meer
Vlak voor de stad haar schouders ophaalt, glijdt het eerste licht als honing langs gevels en kasseien. De lucht is…
Lees meer
De stad ademt anders voor zonsopgang. Terwijl de lucht nog het blauw van de nacht vasthoudt, glipt er een gouden…
Lees meer
Er is een uur in de stad dat bijna niemand ziet, een ademteug licht tussen nacht en dag. Het is…
Lees meer
Vroeg in de ochtend, nog vóór de wereld zijn rumoer hervindt, rolt de polder een zachte deken van mist over…
Lees meer
Er is een uur waarin de wereld zacht hangt tussen dromen en daglicht. Ik stap de koele lucht in; stenen…
Lees meer
Voor dag en dauw, wanneer de wereld nog fluistert in plaats van spreekt, ademt de stad in. Het blauw van…
Lees meer
Vlak voordat de stad haar luide keel schraapt, is er een uur dat fluistert. De lucht draagt nog het koele…
Lees meer
De stad ontwaakt alsof iemand zachtjes een gordijn openschuift. Een schemering van honingkleurig licht kruipt over bakstenen gevels, legt zinderingen…
Lees meer
De stad ademt het zachtste uur van de dag in. Een dunne sluier van nevel hangt boven de klinkers, terwijl…
Lees meer
De stad wordt zachter wanneer de regen valt. Nattigheid legt een sluier over het lawaai, verandert haast in bedachtzaamheid, plaatst…
Lees meer
Net na de regen, wanneer de stad nog naar natte steen en versgemalen koffie ruikt, strijkt het eerste licht als…
Lees meer