De wereld houdt even de adem in wanneer de eerste lichtslierten over het land glijden. Ik trap zachtjes, alsof ik de stilte niet wil breken, en de polder ontvouwt zich in lagen zilveren nevel. Het asfalt is nog koel, bedauwd als een pas gewassen herinnering, en de lucht ruikt naar nat gras, klei en belofte. Hier, tussen sloten die als potloodstrepen de verte in reiken, begint de dag niet met haast, maar met een fluistering.
De adem van de ochtend
De zon klimt aarzelend boven de dijk en legt warme vingers op het riet. In de verte snort een enkele tractor, maar verder is het het rijk van de grutto’s en het zachte klotsen van water tegen beschoeiing. Elk geluid lijkt een detail in een groot schilderij waarin licht de hoofdrol speelt. Mijn band zoemt, mijn hart vindt een kalme cadans, en de mist slaat kleine parels op mijn mouwen, alsof de ochtend me zijn zegen meegeeft.
Mist die verhalen fluistert
In de flarden mist duiken silhouetten op: een oude molen die het licht snijdt, een rij knotwilgen als wachters langs het pad, een eenzame reiger die roerloos standhoudt. Alles is tegelijk dichtbij en ongrijpbaar. Het is de magie van het nog-niet, van het tussenin, waar de dag zijn naam nog moet verdienen en jij je gedachten kunt herschrijven. Ik adem die ruimte in tot mijn borstkas ruimer voelt dan de horizon zelf.
De cadans van het stuur
Trappen wordt ritueel. Elk rondje is een kleine belofte dat ik blijf gaan, met precies genoeg kracht om moeiteloos te voelen. Mijn handen rusten op het stuur, mijn blik hapt vooruit, en ergens tussen adem en beweging ontstaat een stille jubel. De polder heeft niets spectaculairs nodig; het spektakel is de eenvoud die overal doorheen sijpelt, als zonlicht door een halfgesloten jaloezie.
Langs water en wilgen
Ik volg het lint van het fietspad waar het water de lucht weerspiegelt, een tweede hemel onder mijn wielen. Een school eenden trekt streepjes door het spiegelvlak. Aan de overkant schuiven boerderijen voorbij als bedachtzame gedachten. Hier leer ik opnieuw lezen: de lijnen van het land, de kleuren van het weer, de schaduwen van mijn eigen tempo. En ik begrijp dat vertraging geen verlies is, maar een taal die je langzaam leert spreken.
Een klein ritueel van vrijheid
Wanneer de zon hoger klimt, vervaagt de mist, en worden contouren scherper. Toch blijf ik de zachtheid meedragen, als een laagje warme was over een dag die nog alle kanten op kan. Wat ik nodig heb, past tussen twee trappen: lucht in mijn longen, ruimte in mijn hoofd, en het besef dat elke ochtend een uitnodiging is om opnieuw te beginnen. Soms hoef je alleen maar te fietsen, de wind je naam te laten vormen, en te weten dat de wereld, even, precies groot genoeg is.


















